Het is dus een van de plekken op Instagram waar een kwartier werk je maanden winst kan opleveren en toch is het bij veel accounts het onderdeel waar het minst over is nagedacht.
Wat zet je in je bio?
Je hebt 150 tekens dus je moet kiezen. Deze dingen horen er eigenlijk altijd in te staan:
Wat je doet en voor wie. De belangrijkste. Iemand moet in één blik kunnen zien of jij interessant bent voor die persoon. 'Ik help ondernemers' is te vaag, want dat kan iedereen wel zeggen.
Wat jou anders maakt. Hoe lang je dit doet, een specialisme, een cijfer, een aanpak die afwijkt. Eén detail kan al genoeg zijn.
Iets persoonlijks. Eén persoonlijk detail doet vaak meer dan drie kwalificaties. Zo zien mensen dat er een echt iemand achter het account zit.
Een duidelijke call-to-action om op je link te klikken. Vraag niet alleen om te klikken, maar vertel wat er te halen valt.
Wat je kunt weglaten: je woonplaats (tenzij je lokaal werkt), emoji's die niks toevoegen en hashtags. Die laatste levert weinig op en kost je wel ruimte.
Je bio bepaalt ook of je gevónden wordt (social search)
Instagram is de afgelopen jaren steeds meer een zoekmachine geworden. Mensen typen niet alleen accountnamen in, maar ook waar ze naar op zoek zijn: 'boekhouder', 'zwangerschapsyoga Breda', 'meal prep'. En sinds vorig jaar worden Instagram-profielen ook opgepikt door Google en door AI-chatbots. Wat er in je profiel staat, bepaalt dus of je daarin getoond wordt.
Drie velden tellen daarvoor mee maar niet even zwaar.
Je gebruikersnaam / je handle (@naam). Weegt het zwaarst, maar die wil je meestal niet meer aanpassen omdat mensen je eraan herkennen. Begin je net? Dan is dit het moment om er even over na te denken.
Je naamveld. Dat vetgedrukte stukje boven je bio. Hier valt de meeste winst te halen, want bijna niemand gebruikt het goed. Er staat nu waarschijnlijk alleen je naam of je bedrijfsnaam en dat is verspilde ruimte: die informatie staat namelijk al in je @naam. Zet er dus je naam plus waar je van bent:
- 'Hebe' wordt 'Hebe | Excel & dashboards'
- 'Bakkerij De Vlaam' wordt 'Bakkerij De Vlaam | zuurdesem Breda'
Je bio zelf. Ook doorzoekbaar. Eén of twee termen waar je doelgroep echt op zoekt, verwerkt in een normale zin, is genoeg.
Let hierbij op twee dingen. Gebruik de woorden van je doelgroep, niet die van je vakgebied: iemand zoekt op 'hulp met mijn administratie' en niet op 'financiële procesoptimalisatie'. En overdrijf het niet, want een naamveld dat is volgestampt met zoekwoorden leest als spam. Je bio moet nog steeds een mens overtuigen, niet alleen een zoekfunctie.
Verwacht er echter geen wonderen van. Of je bovenaan komt hangt ook af van je aantal volgers, of iemand je al eens eerder heeft gezien en hoe actief je bent. Je koopt er dus geen zichtbaarheid mee. Je voorkomt vooral dat je onvindbaar bent op woorden waar je wel bij hoort.
Er is niet één goede stijl
Hier gaan de meeste tips-lijstjes de fout in: ze teachen één formule en zeggen dat die werkt. Maar welke stijl bij jou past, hangt af van wat je doet en wie je wil aanspreken. Grofweg zie je drie varianten.
Steekwoorden. Korte regels onder elkaar of gescheiden met een streepje, emoji of bolletje. Snel te lezen en het werkt goed als je een duidelijk aanbod hebt.
Een verhaaltje. Twee of drie zinnen in je eigen toon. Dit werkt vooral als jíj het merk bent, dus bij coaches en creatieve ondernemers. Het kost meer tekens en het leest minder snel, maar het blijft beter hangen.
Een mix. Eén zin over wat je doet, daaronder een paar steekwoorden en dan je oproep. In de praktijk kom je hier vaak op uit.
Doe in elk geval deze test: lees je bio hardop, alsof je jezelf voorstelt op een netwerkborrel. Klinkt het als iets wat je zo nooit zou zeggen? Schrijf het dan opnieuw. Een bio die klinkt als een vacaturetekst leest niemand.
En het is niet 'written in stone', hè... je bio staat niet vast. Je mag hem aanpassen. Loopt er een actie, heb je een nieuwe weggever, is je aanbod veranderd? Aanpassen dan. Veel mensen schrijven één keer een bio en kijken er twee jaar niet meer naar.
De link in je bio
Je mag er inmiddels meerdere kwijt, maar veel mensen kiezen bewust voor één. Dat is ook logisch: met één link kun je er met een duidelijke oproep naar verwijzen. Bij vijf links moet je bezoeker zelf gaan kiezen en dan klikt ie vaak nergens op.
Waar je mensen naartoe stuurt is aan jou: je website, een landingspagina, een weggever, een specifiek product. Wat wél uitmaakt is de tekst die je erboven zet, want die bepaalt hoeveel mensen erop klikken. Bij 'link in bio 👇' heeft niemand een reden om te klikken. Bij 'download het gratis stappenplan' wel, want daar staat wat je eraan hebt.
Je bio en je link staan dus niet los van elkaar. Hoe je bio leest, bepaalt of iemand aan het einde nog nieuwsgierig genoeg is om door te klikken.
Bezoeken en kliks op link in bio klikken
Instagram houdt twee cijfers bij die belangrijk zijn:
- Profielbezoeken: hoeveel mensen er op je profiel zijn geweest.
- Linkkliks: hoeveel mensen daarvan op je link hebben geklikt.
Ook interessant is de verhouding tussen die twee. Deel je linkkliks door je profielbezoeken en je hebt je conversiepercentage: van iedereen die je bio heeft gelezen, hoeveel procent klikt er echt door? Wat dat percentage zegt is hoe aantrekkelijk het is om op die link in je bio te klikken.
Statistieken automatisch bijhouden?
Daar kan je Dashdeck voor gebruiken. Je profielbezoeken, je linkkliks en je conversiepercentage worden automatisch bijgehouden, zodat je in één blik ziet of je nieuwe bio beter werkt dan de oude.
En dat niet alleen, ál je Instagram statistieken worden bijhouden: van je posts, je accountbereik, je volgers(groei), enz.